BLOG: ondernemen met God

Onderwijsplatforms staan tegenwoordig bol van pleidooien om ondernemerschap een plaats te geven in het voortgezet onderwijs. De lobbyisten hiervoor wijzen ons daarbij op de vele mogelijkheden voor sponsoring en subsidies. “Laat uw leerlingen kennismaken met het bedrijfsleven en geef hun zakelijke talenten nu alvast de ruimte!” De folders voor talloze projecten, lesbrieven en workshops zien er sprankelend uit, inclusief de foto’s met zakenman met een glimmende Rolex om de pols. En als die plaatjes er al niet bij worden geleverd, projecteren we die Peter Stuyvesant-beelden zelf wel op ons netvlies: in maatkostuum en mantelpakjes geklede mannen en vrouwen die in business lounges op luchthavens hun spreadsheets bijwerken. Des te eerder uw leerlingen hiermee kennismaken, des te beter, is het parool.
Deze week sprak ik met twee a-commerciële leerlingen. Dromerige jongens met als studieperspectief iets als psychologie in Leiden of een betastudie in Delft. Ze hadden zelfs geen normaal horloge om de polsen. De jongens hadden behoefte aan een gesprek over hun geesteskind; een gebedsgroepje voor leerlingen. Nu al twee maanden komen ca. 40 leerlingen voorafgaand aan de schooldag op woensdagen bij elkaar, om samen een stukje uit de Bijbel te lezen en te bidden. Gratis en voor niets.
Wat ik vond van hun dagopening? Ergens in mijn antwoord moffelde ik een sluimerende vrees tussen de lovende zinnen. Dat we het best spannend hadden gevonden om hen ruimte te bieden voor de gebedsgroep. Voor je het wist werd er zo maar gebeden om instant genezing van botbreuken, kanker en homoseksualiteit.
Spannend? Reageerden de jongens getergd. Waarom vindt u dat spannend? Vertrouwt u ons niet? Dat is zó typisch voor deze school! Laat ons toch alstublieft ons gang gaan. Dat zou juist veel meer moeten gebeuren! Toen viel bij mij het kwartje. Juist dit initiatief, waarvoor schoorvoetend ruimte was geboden, was een schoolbook exempel voor ondernemerschap in de school.
Deze leerlingen missen ruimte voor eigen inbreng en initiatief op school. Te veel is voorgekookt en ligt vast in formats. Misschien wel uit gebrek aan vertrouwen. En dat beperkt zich niet tot het standaard curriculum. Ook als er niets op het spel staat, smoren we hun vrijheid. Voor de liefhebbers is er jaarlijks de mogelijkheid te spelen in een toneelstuk, waarvoor maanden intensief wordt gerepeteerd. Maar de keuze van het stuk, de regie en de verdeling van rollen liggen in handen van docenten. Misschien verdedigbaar vanuit het oogpunt van kwaliteitsbewaking, maar niet verdedigbaar als het gaat om ondernemerschap en het stimuleren van initiatief en verantwoordelijkheid.
Dat het ook anders kan, bewijzen de ontwikkelaars van Hallo God! Zonder toezicht, zonder begeleiding en zonder coördinator draait het clubje nu al enkele maanden met succes.
In onze terugblik legden de jongens de vinger op de zere plek; wij zijn dromendompers en risicomijders. Beide zijn bepaald geen eigenschappen voor ondernemerschap. Als we onze leerlingen willen laten kennismaken met ondernemen en willen laten ervaren wat het zakenleven van hen vraagt, zullen we ondernemersrisico en de noodzakelijke bravoure van start-ups mee moeten nemen. Jongens en meisjes van 16+ weten in veel gevallen wat ze willen en wat ze kunnen. Maar durven we hen ook het stuur in handen te geven? Dat betekent dat we niet hen onze (ondernemers)plannen binnen ons format laten uitvoeren, maar dat wij hun initiatieven ruimte geven. Laat hen een format bedenken en laten wij ons laten meevoeren in hun ongewisse avontuur. Leren ondernemen op school vraagt om lef. Misschien wel meer van ons dan van hen!